Vijftig

Iedereen kon mijn teksten al op internet vinden, maar dan moest je goed zoeken, of er toevallig tegenaan lopen. Weet niet eens of Google mijn site indexeert. Zal ik zo eens uitproberen. (En ja hoor: tikte een ongebruikelijke titel van één van mijn stukjes in, en hup daar stond het zelfs bovenaan). Zo’n eigen site klinkt erg modern en professioneel, maar als je er geen reclame voor maakt, komt er niemand kijken.
Reclame maken vind ik lastig. Het was voor mij wel comfortabel zo hier in de coulissen van het internet. Om in het volle licht te stappen, is nogal pretentieus. Het moet dan wel wat voorstellen. Is het niet in kwaliteit dan toch minstens in kwantiteit. Toen ik hier 49 dagen geleden aan begon, nam ik me voor om pas bij het vijftigste stukje echt openbaar te gaan. Bij zo’n aantal zou er vast wel iets aardigs tussenzitten, en de som van alle teksten bij elkaar zou zowiezo meer zijn dan het gemiddelde.
Nu is het zover. Tot dusver was de essentie van dit experiment het testen van mijn zelfdiscipline om elke dag tweehonderd woorden te schrijven. Dat experiment is geslaagd. Vanaf vandaag begint het volgende experiment: ik hang een klein bordje boven mijn winkeldeur: ‘kom binnen en lees’.
Voorlopig bestaat dat uithangbordje uit een tweet met een link naar deze pagina. Er is vast meer mogelijk. Ik zal Willem (mijn technisch manager) om advies vragen hoe met een paar automatische trucs de ‘traffic’ in mijn winkelstraat wat groter kan worden. Dus wie weet hoe mensen straks hier terecht komen.
Hoe dan ook maakt dat het allemaal een stuk spannender. Tot nu toe was er maar één persoon die over mijn werk oordeelde en dat was ik zelf. Vanaf vandaag is het mogelijk dat iemand anders er ook iets van vindt. En ik kan helemaal niet zo goed tegen kritiek…

Dit bericht is geplaatst in schrijven en getagd , , , , . Bookmark de permalink. Reacties en trackbacks zijn beide momenteel gesloten.