Wandeling

Het is zondagochtend koud en winderig op de Esplanade. De brandweer is er net bezig met een oefening. Er staat een duiker klaar om het Weerwater in te duiken. Om tien uur verzamelt zich een groepje mensen bij de Schouwburg Almere voor een wandeling. Initiatiefnemer is Joost van den Donk, ondernemer, consultant, dwarsdenker en kandidaat Statenlid voor de Partij van de Arbeid in Flevoland. Via Facebook nodigt hij elke zondag al zijn vijfhonderd vrienden uit om een rondje om het Weerwater te lopen en te praten over leven en werken. Vandaag zijn er acht. Vijf mannen en drie vrouwen.
Joost geeft ons aan het begin van de wandeling vier vragen mee: wie ben je, wat doe je, wat wil je, wat heb je nodig. We zetten er samen stevig de pas in om op te warmen. Ik ben blij dat ik een muts op heb. Halverwege komt iemand naast me lopen die zich voorstelt als ambassadeur van Het Clubhuis. Dat is een zelfsturende gemeenschap, die mensen met een psychiatrisch verleden wil helpen reïntegreren in de samenleving. Doel is voor ieder een reguliere baan te vinden bij een gewone werkgever. In Amsterdam is al zo’n Clubhuis dat daar goed in slaagt, zo krijg ik te horen, in Almere is dat nog in opbouw.
Mijn gesprekspartner zet me aan het denken hoe ik iets voor de mensen van Het Clubhuis kan betekenen. De gemeente zal de komende jaren ook tientallen mensen in dienst moeten nemen met een arbeidshandicap, maar wat daar voor nodig is en hoe dat het beste past, weten we nog niet. Het Clubhuis biedt in ieder geval een ingang.
Volgende week zondag is er weer zo’n wandeling. Joost vroeg of ik er een beetje reclame voor wilde maken. Bij deze: Laat je eens verrassen. Loop met onbekende mensen een rondje Weerwater. Elke zondagochtend om tien uur op de Esplanade. Het kost niets en je komt nog eens iemand tegen.

Geplaatst in verbinding | Getagd met , , | Reacties gesloten

Plagiaat

Elk liedje bestaat uit een combinatie van acht hele en vijf halve noten. Van die dertien noten kunnen wonderlijk veel melodietjes worden gemaakt. Van zware klassieke stukken tot eenvoudige kinderliedjes. Van house tot jazz. Van hardrock tot barok. Met dertien noten moeten we, na eeuwen componeren, inmiddels het stadium hebben bereikt dat we elke mogelijk volgorde hebben gehad. Er zijn geen nieuwe combinaties meer mogelijk. Elke liedje dat je nu nog maakt, is al eerder gemaakt. Je kunt natuurlijk nog wel variëren in akkoorden, ritme, toonhoogte, tempo, instrumenten en arrangement, waardoor het minder opvalt, maar ik durf de stelling wel aan dat elke nieuwe melodie er al eerder was.
We zullen het niet doorhebben omdat het onmogelijk is alle muziek van de wereld te kennen. Maar daar komt verandering in. Stop alle melodieën in een grote database en met flink wat rekencapaciteit kun je duizenden matches maken van nummers die dezelfde volgorde van noten hebben. Plagiaat!
Pharrell Williams moest afgelopen week met de Erven van Marvin Gaye een schikking treffen van 7,4 miljoen dollar, omdat zijn hit (Blurred Lines) teveel leek op die van Gaye (Got to give it up). Ik denk dat Marvin Gaye er zelf niet zo moeilijk over had gedaan, maar de advocaten van de Erven zagen hun kans schoon.
Het gaat bij superhits om miljoenen. Het is lucratief om zo’n hit onder een vergrootglas te leggen en op zoek te gaan naar het origineel. In de big data van de muziek kun je de melodie bijvoorbeeld zomaar vinden in een deuntje van een obscuur bandje uit Australië. Je hoeft je als advocaat alleen maar aan te bieden aan de bedenker van het origineel om er een stevige zaak van te maken.
Gisteren schreef ik nog over het oude ambacht van de webwinkelbouwer. Vandaag komt er een nieuw beroep bij in de lucratieve wereld van echtscheiding, letselschade en contractbreuk: de datamining-advocaat.

Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

App

Als er al een nieuw woord in de Dikke van Dale thuishoort dan is het app. Het is zo ingeburgerd dat vast niet iedereen meer weet dat het een afkorting is van het Engelse woord application, letterlijk: toepassing. Jammer eigenlijk dat het nooit vertaald is in het Nederlands. Niemand heeft het over een ‘toep’, wat ook prima bekt. ‘Heb je die nieuwe toep al?’ ‘Ga naar de toep-winkel voor de laatste versie!’ Maar dat geheel terzijde.
Begin deze eeuw, toen de eerste smartphones op de markt kwamen, waren de apps afgeleid van programma’s die al bestonden: een notebook, een agenda, een mailprogramma en iets voor muziek, foto’s en video’s. Vanaf het eerste uur waren er talloze spelletjes en vrijwel meteen ook varianten van de meest populaire websites, zoals Buienradar, Google Maps en Youtube.
Daarna begon de creativiteit en lagen de virtuele schappen van de app-store vol met meer dan je op een enkele smartphone kwijt kon. Met apps kon je geld verdienen en zolderkamerprogrammeurs grepen hun kans. Ze maakten talloze apps, met als hoogtepunt de onzinnige vuvuzela-app tijdens het WK voetbal van 2010.
Daarna werd het weer serieuzer. De banken kwamen met apps waarmee je kon bankieren. De ANWB en de NS bedachten reisplanners en andere organisatie konden niet achterblijven. Ook de overheid niet. Zo had de gemeente Almere als één van de eersten haar eigen Almere app. En nu ook de belastingdienst een app heeft voor het doen van je aangifte, kun je er niet langer omheen. Zonder apps is het leven onmogelijk geworden. De meeste internet-transacties, zo blijkt uit onderzoek, doen mensen inmiddels via hun mobiele telefoon.
De vooruitgang kun je niet tegenhouden, maar er dreigt weer een ambacht te verdwijnen. Met het succes van de apps, hebben webwinkels weinig toekomst meer. Complete virtuele winkelstraten krijgen te maken met leegstand. Op de eerstvolgende braderie kan de webwinkelbouwer aanschuiven in het rijtje, mandenmaker, hoefsmid en rietdekker.

Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

Knop

Hoevaak lukt het mensen niet om via internet iets te bestellen? Volgens onze eigen ‘logs’ is dat bij het digitaal loket van de gemeente ongeveer twintig procent. Dat is ook wel eens vijftig procent geweest, maar toen zat er ergens nog een bug in het programma.
Van elke vijf klanten die bij ons in de digitale winkel komen, verlaat er één zonder transactie de zaak. In een gewone winkel is dat geen slechte score. Er zijn altijd meer kijkers dan kopers. Alleen bij een supermarkt zijn de percentages beter. Af en toe loopt er daar eens iemand met lege handen langs de kassa, maar dat is minder dan één procent.
Ik ben bang dat we het digitaal loket van de gemeente beter kunnen vergelijken met een supermarkt dan met een kledingzaak. Een uittreksel uit een bevolkingsregister of een afschrift van een akte uit de burgerlijke stand zijn geen luxeproducten. Als je bij ons aan het digitaal loket komt met de bedoeling iets te bestellen, dan heb je het ook echt nodig. Als twintig procent afhaakt, wat zou er dan aan de hand kunnen zijn?
Er zijn drie mogelijkheden.
De klant begint het bestelformulier in te vullen, wordt gestoord en maakt het niet af. Hij verlaat het programma en probeert het later nog eens. Daar kan de winkelier niet zoveel aan doen.
Het kan ook zijn dat de klant het formulier helemaal invult en dan pas ziet wat hij moet betalen. Hij schrikt, heeft het geld niet en haakt af. Dat zouden we nog kunnen voorkomen, door op tijd te roepen: ‘Dit is niet gratis!’
Er is waarschijnlijk een grote groep klanten die onderweg op de verkeerde knop drukt. Ze verdwalen in onze winkel en belanden ontredderd in de schappen. Dat kunnen we snel verbeteren. Als we de verkeerde knop weglaten, is een score van vijf procent haalbaar.

Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

Cultuur

Het Nieuwscafe van de Nieuwe Bibliotheek is vrijwel vol. Wie er toe doet in Almere is verzameld voor een debat over cultuur. Ik zie beeldend kunstenaars, schrijvers, toneelspelers, politici. Ik begroet twee collega’s van het stadhuis.
Het debat dat al een maand was uitgesteld, komt toch nog te vroeg. De wethouder kan nog niets zeggen over de plannen, want hij moet die eerst met de gemeenteraad bespreken. Om dezelfde reden is de schouwburgdirecteur er ook niet. En dus is de angel er al uit voordat het debat begint.
‘Er kan nog veel in Almere als kunstenaars zelf maar het initiatief nemen’, zo zegt een panellid, ‘doe iets voor de gemeenschap, dan doet de gemeenschap iets voor jou.’ ‘De gemeente heeft straks een Stichting met een fonds’, zegt de wethouder, ‘wie een goed idee heeft kan er een beroep op doen.’ Het woord ‘cofinanciering’ valt en iedereen begrijpt het. ‘Het kunstklimaat is prima in Almere’, beweert de cultureel ondernemer en hij ontvouwt een wild plan voor het stadscentrum. Er klinkt applaus, maar de wethouder gelooft er niet in. Het gaat om broedplaatsen en initiatief van onderop.
Dit is een optimistisch gezelschap van creatieve geesten. Zoals bij iedereen in Almere is de blik gericht op de toekomst. Er valt heus wel iets te klagen, maar we komen er wel. En Amsterdam, onze culturele hoofdstad, ligt om de hoek.
Wat vanavond het meeste opvalt is wie er niet zijn. Van alle honderdzestig nationaliteiten in Almere is er maar één vertegenwoordigd. Dat wat Almere cultureel zo interessant maakt, is hier vanavond niet. Ik zie geen Antilliaan of Surinamer, geen Turk of Marokkaan. Mogelijk houden ze niet zo van debat. Maar meer waarschijnlijk kijk ik vanavond naar een cultuur op zich: een goed opgeleid, blank ons-kent-ons-gezelschap dat elkaar de hand vasthoudt. De enige gekleurde man staat als beveiliger bij de deur.

Geplaatst in samenleven | Getagd met , , | Reacties gesloten

Geurenblind

Ik had ooit een collega met een lichaamsgeur die je de adem benam. Als ik daar een vergadering mee had, dan zorgde ik ervoor dat die niet te lang duurde. Het was of er altijd een grote natte hond in de hoek lag met een ernstige huidaandoening. Tijdens de vergadering hield ik zoveel mogelijk mijn koffiebekertje onder mijn neus om de geur te maskeren en het bewustzijn niet te verliezen.
Zo iemand heeft toch ook nog een vriend of een vriendin, dacht ik toen. Zeg er dan eens wat van! Het kon natuurlijk dat die van die vochtige rattengeur hield en niets liever wilde dan zich daar in te wentelen, maar meer waarschijnlijk was dat de liefde geurenblind had gemaakt. Je kunt overal aan wennen.
Eén keer heb ik een collega gewezen op zijn persoonlijke hygiëne, maar ik stotterde en de juiste formulering vond ik niet. ‘Zeg, je stinkt nogal’, was niet erg diplomatiek. Of: ‘weet je dat je nogal een doordringende geur om je heen hebt hangen’ was al beter. ‘Zou je de volgende keer een goede deodorant willen gebruiken’, was subtiel. Maar het bleef pijnlijk. Het slachtoffer kreeg een rood hoofd en stotterde wat terug. ‘Is dat zo? Goh, dat ik had ik helemaal niet door. Ik zal er op letten. Dank je wel!’ Hij ging er snel vandoor en sindsdien ontliep hij me alsof ik zelf stonk.
Daarna heb ik het niet meer gedaan. Ook bij de collega met de natte hond heb ik het nooit ter sprake gebracht. Ik probeerde ontmoetingen te vermijden en zoveel mogelijk over de telefoon te doen. Smoesjes genoeg die eindigden met: ‘ik bel je straks wel even.’ En zo bleef nog jarenlang de heikele kwestie in de hoek liggen. Niemand sprak erover. Lafaards waren we!
We haalden allemaal opgelucht adem toen ze een andere baan vond.

Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

Collectief

Voor het onderwerp hebben we iedereen uitgenodigd die daar op één of andere manier bij betrokken is. In de zaal zitten vanmiddag zo’n veertig mensen. Veel ICT-ers: applicatiebeheerders, dataspecialisten, social media experts, systeemanalisten, websitebouwers. En daar omheen dan nog managers, adviseurs, juristen en aanverwanten. Er zit genoeg kennis en ervaring in de zaal om wat problemen op te lossen. En dat gingen we dan ook doen.
Het is lang geleden dat er nog een homo universalis bestond. De universele mens die van alle markten thuis is en geen ander nodig heeft om iets te ontdekken of uit te vinden. Leonardo Da Vinci was misschien de laatste. Sinds de wereld zoveel complexer is geworden, heb je een collectief nodig. Niemand heeft de wijsheid meer in pacht.
Als je iets tot stand wilt brengen, huur je nu eerst een zaaltje en haal je de mensen bij elkaar, liefst met de meest uiteenlopende achtergronden. Je hangt vellen papier aan de muur en je zorgt voor een kleurrijke verzameling stickers en viltstiften. Met een paar goede vragen lukt het dan om in een paar uur alle zorgen, kansen en ideeën rond een onderwerp bij elkaar te brengen. Nog wat rubriceren en ordenen en dan heb je zomaar een analyse, een plan van aanpak of een oplossing te pakken.
Zo doen we dat deze middag ook. De aanwezigen zijn het al gewend. Als vanzelf ontstaan groepjes bij de flip-overs. Iemand neemt de leiding. Een ander plakt en schrijft. Tussen de rondes door gaan we even plenair en vat een gespreksleider het één en ander samen. Aan het eind lopen we het allemaal nog eens langs. We spinnen rode draden en we maken foto’s van de volgeschreven vellen. Als alles is vastgelegd, gaan we uiteen. Wat achterblijft is nieuwe kennis, een collectief bezit.

Geplaatst in verbinding | Getagd met , , | Reacties gesloten

Amoreel

Gisteren een nieuw woord geleerd: amoreel. Ik vond het in het boek van Joris Luyendijk dat gaat over het bankwezen, Dit kan niet waar zijn. Amoreel betekent dat er geen opvattingen bestaan over goed en slecht anders dan wat wel of niet bijdraagt aan het doel dat je nastreeft binnen de marges van de wet. Amoreel is niet immoreel, maar: zonder moraal.
Zo kun je erop uit zijn zoveel mogelijk winst te maken door slechte producten te verkopen, hoge commissies op te strijken, de adders onder het gras in de kleinste lettertjes te zetten, de belastingen zoveel mogelijk te ontduiken, enzovoort. Het doel heiligt alle middelen, als je maar binnen de kaders van de wet blijft. Wie het meeste verdient is de held. Wie niet alle mogelijkheden benut is een sukkel.
Het lijkt op de voetballer waar je niet tegen wilt voetballen en die je liever in je eigen team hebt. Hij zoekt de tegenstander op, hij scheldt en bedreigt, hij deelt een tik uit als niemand kijkt, hij intimideert en zoekt de confrontatie, en als hem zelf iets overkomt, klaagt hij steen en been bij de scheidsrechter. Hij verstaat de kunst de tegenstander zo te ergeren, dat die uiteindelijk zijn beheersing verliest en tegen een rode kaart aanloopt. Zo deed Materazzi (Italië) dat in de WK-finale van 2006 met Zidane (Frankrijk). Materazzi is in eigen land een held, want Italië won de cup. Het doel heiligt de middelen (zo schreef een andere Italiaan).
Amoreel is een ander woord voor: alles doen wat mag binnen de afgesproken spelregels. Verder ontbreekt elk waardeoordeel. Het doel is niet anders dan het spel te winnen. En willen winnen verdringt de natuurlijke aanleg van de mens om sociaal te zijn en mededogen te hebben. Hoe vaak zie je op het voetbalveld iemand totaal van karakter veranderen; een lieve zorgzame man buiten de lijnen wordt een beest op het veld. Dat gebeurt ook op de beursvloer, in het zakenleven, in de politiek, in elk ander spel dat draait om winst en verlies. Als iets begint te lijken op oorlog, dan verdwijnt de moraal.

Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

Imago

Laatst zat de minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, bij De Wereld Draait Door, een infotainment-programma van de VARA op de Nederlandse tv. Het is populair. Er kijken elke dag wel een paar miljoen mensen naar. Onze minister van Financiën was uitgenodigd, omdat hij de week ervoor, namens Europa, had onderhandeld met zijn collega van Griekenland over de openstaande schulden.
Volgens de publieke opinie was de Griekse minister met de staart tussen de benen afgedropen. Alle stoere beloftes waarmee zijn partij de verkiezingen in Griekenland had gewonnen, had hij niet kunnen waarmaken. Onze Jeroen was keihard geweest. Hij was een held. Hij had die Grieken alle hoeken van de kamer laten zien.
Matthijs van Nieuwkerk, presentator van het programma, vond dit een prachtig imago en ten behoeve van zijn grote publiek wilde hij Jeroen nog eens extra op het schild hijsen. In zijn heldenverering maakte hij er een gevecht van, een duel, een titanenstrijd. In hoog tempo gooide hij er alle cliché’s tegenaan van een minister die moedig de rug recht hield terwijl alle anderen al bogen.
De minister kreeg geen kans iets te nuanceren. Zijn repliek werd te bescheiden geacht. Zijn rol moest toch grootser en meeslepender zijn geweest. Had hij niet tot diep in de nacht aan de onderhandelingstafel gezeten?
De politicus zat weliswaar te glimmen vanwege de eer die hem werd toegedicht, maar hij wist wel beter. Ik zag hem een beetje op zijn stoel draaien en moedigde hem aan. Kom op Jeroen! Zeg hoe het werkelijk zit: ‘Beste Mathijs, nu moet je even je mond houden. Je streelt mijn ijdelheid, en daar is een politicus gevoelig voor, maar het is allemaal onzin. Ik ben slechts een boegbeeld, een woordvoerder. Ik word omringd door ambtenaren die alles voor mij uitrekenen, opschrijven, voorbespreken en uit onderhandelen met ambtenaren van Griekenland en van andere Europese landen. Niemand is een held of we zijn het allemaal. Iedereen moest er met opgeheven hoofd uitkomen. Ook de Griekse regering. Ik zit hier bij jou aan tafel omdat ik dat graag in alle nuances zou willen uitleggen, maar volgens mij komt dat jou niet goed uit.’
Nee dat komt niet goed uit. Als we iemand tot held hebben verklaard, moet hij dat niet gaan ontkennen. Dat is niet goed voor de kijkcijfers.

Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

Argument

Over smaak valt niet te twisten. Dat is misschien wel het grootste cliché, maar wat is smaak? Als het gaat om eten, dan is er ergens wel een scheidslijn te trekken. Dat gekookte aardappelen beter smaken dan rauwe, dat is eigenlijk geen discussie. Toch zijn er mensen die liever rauwe wortelen eten dan gekookte. Ook niet vreemd. Wat slecht is, een suikerspin bijvoorbeeld, kan goed smaken, en wat gezond is, levertraan bijvoorbeeld, kan smerig zijn.
Tot zover de cliché’s. Als je de moeite nam om bovenstaande alinea te lezen, dan kun je nu ook nog wel even doorlezen. Maar ook dat is een kwestie van smaak.
Er is ook zoiets als kledingsmaak. Laatst betrapte iemand mij erop dat ik sokken aan had èn slippers. Lelijk vond hij dat. Maar hij had nu eenmaal de verwarming laag staan. Koud vond ik dat. Wat goed, gezond, lekker of warm is, kan lelijk zijn. Tja. Maar is dat dan een doorslaggevend argument om het te laten?
Nog een voorbeeld. Ik kan helemaal gebiologeerd raken van snelwegen. Zeker als ze nog in aanleg zijn. Zoals er nu bij de A6 en de A1, ten zuiden van Almere, de boel op de schop wordt genomen; dat is adembenemend. Ik vind dat vakmanschap. En ook als het werk aan de weg gedaan is, vind ik het mooi. Elke keer als ik op de rondweg bij Eindhoven zit, kijk ik mijn ogen uit. Dat wegennet getuigt van menselijk vernuft. Het is een manifestatie van de menselijke rede. Ik kijk liever naar een mooie brug, dan naar een rij bomen of een kaal weiland. Maar dat is dan weer een kwestie van smaak. En daar valt niet over te twisten.
Daarom kan ik niet goed begrijpen dat smaak zo belangrijk is in de discussie over windmolens. Misschien zijn windmolens duurder, of overlastgevend, of slecht voor de vogels, maar dat je een windmolen op de dijk lelijk vindt, daar kan ik helemaal niets mee. Dat vind ik geen argument.

Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten