Catechismus

Waartoe zijn we hier op aarde? Deze vraag heb ik mezelf al lang niet meer gesteld. Soms komt ze bij me op als een deuntje uit mijn jeugd. Het is de eerste vraag uit de schoolcatechismus. Dat heb ik overigens van horen zeggen want ik ben dat zelf nooit hoeven leren, zoals mijn oudere broers dat wel moesten. Tegen de tijd dat ik zelf kon lezen, eind jaren zestig, was de Rooms-Katholieke St. Jozefschool van Luttelgeest al gemoderniseerd.
Deze meest existentiële waartoe-vraag roept dan ook meer herinneringen op aan mijn late pubertijd, toen het op vormingsweekenden van de katholieke plattelandsjongeren en op onze berookte zitfeestjes altijd maar weer ging over de zin van het leven. Het duurde nog tot ver in de studententijd voordat ik tot de conclusie durfde te komen dat het leven nu eenmaal geen diepere betekenis had en dat ik er maar het beste van moest maken.
Ik was dan ook van de doemdenk-generatie. Pas later drong het tot ons door dat het stellen van de vraag helemaal geen zin had, maar toen zaten we al diep in de economische crisis van halverwege de jaren tachtig, en hadden we het druk met het vinden van een baan en het protesteren tegen kernwapens.
De spirituele kant van de zaak is pas de afgelopen tien jaar weer in beeld gekomen. In managementopleidingen en andere trainingen was het onderwerp vanzelfsprekend. De waartoe-vraag is wel met de tijd meegegaan en veranderd in: Wat drijft mij? Wat is mijn missie? Waar draag ik aan bij? Het gaat niet meer om een levensbeschouwelijk pad voor de mensheid als geheel, maar om de persoonlijke passie en intentie, die elke dag je kompas kan zijn.
Het is nu: waartoe ben ik hier op aarde? Bij zo’n individuele benadering past geen voorgeschreven antwoord uit de schoolcatechismus. Daar moet je nu zelf over nadenken. Ter inspiratie nog even het originele antwoord: We zijn hier op aarde om (God) te dienen en daardoor hier (en in het hiernamaals) gelukkig te zijn. De haakjes zijn van mij.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in verbinding | Getagd met , , | Reacties gesloten

Brug

Op de laatste brug van het Gerrit Schultepad, bij de overgang van de Eilandenbuurt naar de Stripheldenbuurt in Almere Buiten, staat een man. Het is tegen tienen in de avond en het is donker. Ik zie hem pas als ik er al bijna voorbij ben. Hij staat met zijn rug tegen de reling geleund, aan de linkerkant van het fietspad. Ik zoek in zijn nabijheid naar een hond, maar die is er niet.
De man staart over het water naar het oosten, langs de vrijstaande huizen van de Madagaskarstraat met de typisch gekromde daken en de houten gevels in verschillende kleuren. Ik kijk ook even naar rechts om te zien wat hij ziet, maar mij valt niets op. Daarna kijk ik naar hem en zie zijn bleke gezicht dat zonder uitdrukking is. Hij geeft me niet het idee dat hij mij opmerkt. En dan ben ik er al voorbij.
We leven in een vrij land. Iemand kan zomaar ergens staan en naar eigen believen in welke windrichting dan ook staren. Ook als is het tien uur in de avond en ligt de rest van Almere in een zithoek voor de tv. De man staat op de brug en bestudeert het donker en het niets. Misschien heeft hij er reden toe, is er iemand dood of is hij door zijn vriendin verlaten. Of er is juist iets moois gebeurd: een baan, een eerste kind, een nieuw huis. Iets wat hij even moet verwerken.
Want wat doet iemand in zijn eentje op een brug? Natuurlijk. Bedenken hoe alles altijd stroomt, verlangen naar de overkant, of zich herinneren wat ooit was. De brug is een metafoor voor een grens die wordt overschreden, van een overgang van het één naar het ander, van een verbinding tussen oud en nieuw.
Heel soms staat de brug voor wanhoop, maar deze brug, tussen de Eilandenbuurt en de Stripheldenbuurt, is daarvoor te laag.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in schrijven | Getagd met , , | Reacties gesloten

Bach

Bach kijkt me wat dromerig aan vanaf de cd-hoes van de Bigger Bach Set. Zijn wat afhangende hondenogen lijken niet op iets of iemand gericht. Hij maakt geen contact, lijkt eerder verdwaald in zijn hoofd, gegrepen door een herinnering, een ver verlangen, misschien een vrouw. Of hij doolt door zijn eigen muziek. Terwijl hij poseert voor een portret, wandelt hij in gedachten langs de maten van zijn nieuwste compositie.
Ach muziek. Jaloers ben ik. Wat een gave die taal te spreken van toonladders en triolen, driekwartsmaat, kwintetten, allegro en andante, drie maten rust en een slotakkoord. Hoe rijk je te kunnen uitdrukken in tempo, toon en melodie. Hoezeer mis ik het talent voor die taal. Ik luister naar een breiwerk van noten als een geheimschrift dat me ontroert of onverschillig laat.
Ooit, bijna dertig jaar geleden, las ik een boek met de titel Gödel, Escher, Bach van Douglas R. Hofstadter. Het ging over wiskunde, repeterende patronen en fuga’s. Voor schoonheid bestaat een formule. Dat is het enige dat ik er van heb onthouden. Het boek staat nog in mijn boekenkast als een relikwie uit mijn studententijd. Als ik het van de plank haal, ruik ik het stof van toen en herinneren de koffievlekken aan de uren van studie aan de keukentafel. Ik blader er doorheen en zie de vergelijkingen en de concepten weer, net zo strak en onherroepelijk als de compositie waar ik op dit moment naar luister.
Als student dacht ik dat ik tijd genoeg had om het allemaal nog te ontdekken. Nu, bijna dertig jaar later leg ik me er bij neer dat er terreinen zijn die voor altijd onbereikbaar en onbekend zullen blijven. Ouder en niet veel wijzer luister ik op een maandagavond naar Bach, ik zie zijn dromerige blik op de cd-box en van alles dat er te begrijpen valt, snap ik alleen de melancholie.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in verbinding | Getagd met , , | Reacties gesloten

Aankoop

De doos van de nieuwe computer staat vol met geruststellende symbolen van gerenommeerde instituten. Ik leid daar uit af dat het Amerikaanse apparaat met vlag en wimpel door de Europese keuring is gekomen. Dit is geen aanslag op het milieu, er is geen ontploffingsgevaar en er is geen risico voor de volksgezondheid.
In de doos vind ik een brochure op flinterdun papier, waarin in kleine lettertjes staat wat ik gekocht heb, hoe ik het zaakje netjes moet uitpakken en waar de aan-uit-knop zit. De fabrikant dekt zich in met waarschuwingen in de vorm van verkeersborden en aanvullende instructies in vette letters met uitroeptekens.
Voorzichtig bevrijd ik het computerscherm en het toetsenbord uit het geraamte van karton en tempex, dat nu in grote stukken om mij heen ligt. Er valt een boek op de grond met de garantiebepalingen in zeventien talen.
Nu het hele gevaarte zo weerloos en naakt voor mij staat, is het echt van mij. Het is onomkeerbaar. In geval van spijt, krijg ik het nooit meer netjes terug in de doos. Het ergste wat me nog kan overkomen is dat het allemaal niet werkt. Ik vind de stroomkabel tussen het verpakkingsmateriaal met een extra waarschuwingslabel eraan. Verder is alles draadloos.
Als ik de computer opstart en de installatie begint, verschijnt er een lange lijst van licentievoorwaarden op het scherm, waar ik ongezien mee akkoord ga. Ik ga online. De fabrikant zit aan de andere kant van de oceaan achter een virtueel loket op me te wachten. Hij vraagt of ik me wil registreren als zijn klant. Hij verwijst verder naar een uitgebreide handleiding op zijn website.
Een fractie van een seconde heb ik te doen met de schrijvers van alle waarschuwingen, instructies, voorwaarden en handleidingen, die niemand leest. Dan bedenk ik me dat ze schrijven voor het meest winstgevende bedrijf van de wereld. Ze komen vast niets te kort.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

Zelfdiagnose

Nu ben ik vijf weken alcoholvrij, maar toch heb ik al drie ochtenden hoofdpijn. Van die zeurende steken achter in het hoofd, druk op de ogen en een kop vol watten. Het lijkt wel een kater, maar dat kan het niet zijn, ook al omdat andere verschijnselen ontbreken.
‘Krijg je ‘s nachts wel genoeg frisse lucht?’. Tja, misschien moet ik het slaapkamerraam wat wijder openzetten.
‘Drink je wel genoeg?’ Zou kunnen van niet. Bier kun je eindeloos drinken, maar met cola of appelsap ben je snel klaar. Ik drink wel veel koffie en thee.
‘Misschien slaap je te vast.’ Ook dat is mogelijk. Ik slaap als een os. Ik merk dat als ik langer slaap, dat ik slomer word. Misschien zijn die hersens dat ook niet gewend.
‘Het is gewoon stress. Heb je het druk gehad de afgelopen week?’ Nou ja, er zijn altijd spannende dingen, en niet alles ging goed van de week, maar ik kan niet zeggen dat het zo druk was. Stress zit misschien ook meer onderhuids.
‘Je hebt toch griep gehad? Misschien ijlt dat nog na.’ Dat mag geen naam hebben. Ik was misschien twee dagen van de leg. Maar ik heb gewoon doorgewerkt.
‘Zie nou wel, het sluimert nog, je hebt niet de tijd genomen om het uit te zieken.’ Zou dat het echt zijn. Ik voel me verder kiplekker. Beetje stijve spieren misschien, maar ik word dan ook een dagje ouder.
‘Heb je iets verkeerds gegeten?’ Chocola, bananen, vanilleijs, slagroom, oude kaas. Hoofdpijnbezorgers. Heb ik wel met mate genoten? Ik krijg de herinneringen niet scherp. Ik kan me moeilijk concentreren.
‘Het hoofd heeft rust nodig. Ga lekker wandelen. Even uitwaaien.’ Goed idee, maar ik zet wel mijn muts op. Niets zo erg als hoofdpijn en koude oren.
‘Voorjaarsmoeheid?’
Bestaat dat nog? Daar heb ik nog niemand over gehoord. Maar ja, de lente is ook nog maar net begonnen.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in schrijven | Getagd met , , | Reacties gesloten

Verontschuldiging

Soms loop ik helemaal vast in mijn eigen redeneringen. Ik ben inmiddels aan mijn vierde blog begonnen sinds gisteren, want tot nu toe kwam geen enkele tot een bevredigend einde. Voor het eerst dit jaar publiceerde ik gisteren niets en inmiddels is ook de zaterdag al ver gevorderd.
Zo begon mijn vrijdagochtend met een onbegrijpelijk smsje van een collega: ‘Probleem gevonden en opgelost. Alles doet het weer, overal. Groetjes X.’ Daar was wel een leuke blog van te maken, totdat het mysterie een kwartier later met een tweede smsje werd verklaard en toen was de lol er meteen van af.
Ook de gemeenteraadsvergadering van donderdagavond gaf voldoende stof tot nadenken. ‘Mooi hoor dat 80% van onze bewoners tevreden is over de gemeentelijke dienstverlening’, zei het raadslid, ‘maar ik wil horen wanneer het onmogelijk is een bewoner tevreden te stellen. En dat je je daar dan voor schaamt.’
Dat vond ik inspirerend. Maar eenmaal onderweg in een vlammend betoog over regels, wetten en praktische bezwaren, kon ik mezelf niet overtuigen, laat staan een willekeurige lezer.
Daarna probeerde ik het raadslid meteen maar te bedienen met een schrijnend geval uit de praktijk van de gemeentelijke dienstverlening. Maar dat viel nog niet mee. Als je iets zwart op wit stelt, zul je de regelgeving ook tot het laatste artikel en het zoveelste lid, moeten doorgronden, anders deugt het voorbeeld niet. Zo googelde ik op ‘bijstand en eigen huis opeten’ en toen bleek dat de wetgeving inmiddels in tal van aanpalende regels voorziet, wat ik in een blog van 300 woorden niet tot een goed einde kon brengen.
Zo ging de zaterdagochtend voorbij en ondertussen had ik nog steeds geen blog. Wat dan rest is de lezers mijn oprechte verontschuldigingen aan te bieden en zo schaamteloos mogelijk te verklaren waarom ze dezer dagen niet op hun wenken werden bediend. Zo hoop ik toch nog op 80% klanttevredenheid, al voel ik me zelf inmiddels een schrijnend geval.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in schrijven | Getagd met , , | Reacties gesloten

Laura

Ze staat aan de rand van Almere. Vanaf haar positie in de vijver op de hoek van de Sieradenweg en de Collierstraat kijkt ze over de Buitenring richting de Oostvaardersplassen. Dit beeld is van de Sieradenbuurt, de kleinste buurt van Almere-Buiten. Toen de laatste woningen in 2008 werden opgeleverd heeft burgemeester Annemarie Jorritsma haar zelf onthuld.
Niemand anders dan de bewoners van deze wijk, hun vrienden en familie hebben dit beeld ooit gezien. Als je hier niet woont, heb je er niets te zoeken. Er is geen supermarkt of snackbar, geen bushalte of fietspad. De doorgaande weg ligt honderd meter verderop, en aan de oostkant van de wijk, ligt de spoordijk als een aarden verdedigingswal.
Als ik mijn fiets zaterdagochtend in de berm parkeer, is er niemand op straat. De mensen slapen nog of lopen in hun pyjama door hun huis. Als ik het talud afloop om Laura van alle kanten te fotograferen, voel ik me zelf bekeken, een indringer, met argusogen gevolgd vanaf de ontbijttafels rond de vijver.
Maar ik trek me nergens iets van aan. Ik ben even stoer als Laura zelf. Trots en ongenaakbaar staat ze daar. Met haar grote bronzen voeten op de betonnen sokkel, haar lange benen in een lichte spreidstand. De armen buigen iets naar achteren, de vingers van haar linkerhand gestrekt. Ze holt haar rug, met de borst vooruit en de neus in de wind.
Deze keurige buurt met villa’s en rijtjeshuizen, met gracht en vijver, flatjes en bungalows, is haar domein. ‘Een mooie plek, een genot om hier te wonen’ staat op het bordje aan haar voeten. Laura voelt zich hier thuis. Vrij en brutaal danst ze op haar sokkel. Naakt en puur kan ze hier zijn en zo onbevangen als de eerste bewoners van deze kleine enclave aan de rand van de stad.

Eerder gepubliceerd in het voorjaarsnummer van Lifestyle Almere, jaargang 2015

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in samenleven | Getagd met , , | Reacties gesloten

Vrijheid

De vrouw kwam samen met haar dochter het stembureau in Almere-Buiten binnen. Ze was klein van stuk en een beetje gezet. Ik dacht meteen: Russisch of Oost-Europees, met misschien een beetje zigeunerbloed. Haar dochter, modern Almeers, duwde haar moeder een beetje voor zich uit richting de tafel met de drie grijze mannen. De vrouw had maar één stempas bij zich. Ze mocht alleen voor het waterschap stemmen. Zonder iets te zeggen legde ze hem op tafel en keek ondertussen even over haar schouder naar haar dochter op zoek naar goedkeuring.
In het stemhokje vouwde ze het stembiljet helemaal uit. Even tilde ze het op alsof ze het tegen het licht hield en draaide het stembiljet om en weer terug om te zien of alles niet toevallig op de kop stond. Haar dochter was inmiddels in het hokje naast haar gaan staan en de vrouw vroeg haar meteen om advies. De voorzitter greep in. Dat was niet de bedoeling. Hij richtte zich tot de dochter: ‘Ze moet echt zelf haar stem uitbrengen.’
Het was duidelijk dat de vrouw geen letter begreep van het stembiljet. Ik vroeg me af of ze zich samen met haar dochter van te voren verdiept had in de acht partijen waarop ze kon stemmen. Misschien wist ze beter dan ik het verschil tussen Water, wonen en natuur en Werk aan water. Ik kon het haar niet vragen. Uiteindelijk maakte ze een hokje rood en bracht ze haar stem uit.
De meeste Nederlanders haalden gisteren de schouders op over hun stemrecht. Velen kwamen niet opdagen en sommigen die wel kwamen, stemden alleen voor de provincie. Maar deze vrouw zal ooit, zo bedacht ik me, ergens ver weg in een obscuur land achter de Balkan, hartstochtelijk hebben verlangd naar vrije verkiezingen. Misschien had ze er haar hele leven wel voor gevochten. En nu was het zover. In Nederland had ze het recht in alle vrijheid haar stem uit te brengen. En al was het maar voor het Waterschap Zuiderzeeland, die vrijheid vierde ze.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in samenleven | Getagd met , , | Reacties gesloten

Proteststem

Ik heb geen argument om niet te gaan stemmen vandaag. Al vind ik de provincie een overbodige bestuurslaag, dan nog houdt me dat niet thuis. Er gaan straks hoe dan ook statenleden beslissingen nemen die mij aangaan. Over windmolens op de dijk of over de aanleg van het Oostvaarderswold of over een tunnel onder het Ketelmeer. De enige mogelijkheid dat enigszins te beïnvloeden is met mijn stem.
Het lijkt erop dat ik daarmee tot een minderheid behoor. De verwachting is dat de opkomst vandaag onder de vijftig procent blijft (in 2011 was dat nog ruim 55%). De meeste stemgerechtigden stemmen vandaag niet. Terwijl er toch genoeg aansporingen zijn geweest om dat wel te doen. Advertenties, televisiedebatten, campagnes. Het lijkt allemaal niet te helpen. We hebben een meerderheid, die zich formeel niet laat vertegenwoordigen in de Provinciale Staten of in het Waterschapsbestuur. De minderheid regeert. Misschien kiest die straks voor een dure tunnel of meer bos in plaats van landbouwgrond, en dan kan de meerderheid weer het hoofd schudden en zwijgen.
Stemmen zou verplicht moeten zijn, al was het maar om de democratie te vieren. Het algemeen kiesrecht bestaat nog geen honderd jaar. Zo vanzelfsprekend is het allemaal niet. Geniet ervan. Je kunt ook naar het stembureau komen en moedwillig je stem ongeldig maken of gewoon blanco stemmen. Of kies een leuke protestpartij uit.
Helaas. Ook de protestpartij heeft het bijltje erbij neergegooid. Er is geen Piratenpartij of Klokkenluiderspartij dit keer, en zelfs geen ‘Hef-de-provincie-op-partij’, terwijl die misschien zomaar op een zetel had kunnen rekenen. Ook bij de Waterschapsverkiezingen is er geen ludieke ‘Droge Voeten Club’ om je proteststem kwijt te kunnen. Het is crisis bij de actievoerders en de tegenstemmers. Ook zij horen nu bij de zwijgende meerderheid. De democratie zit op een bedenkelijk dieptepunt. Zelfs de proteststem zwijgt.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in communicatie | Getagd met , , | Reacties gesloten

Brak

De wereld is zoals je je voelt, schreef Herman Hesse in de jaren dertig van de vorige eeuw. Pas veel later begreep ik wat dat betekende. Net zoals de rest van het boek Narziss und Goldmund pas veel later tot mij doordrong. Alleen die ene uitdrukking heb ik onthouden en daar moest ik gisteren weer even aan denken.
Met een dikke keel en een kop vol snot drentel ik de dag door. Er zit een permanente druk achter de ogen en het lichaam voelt stijf en gekneusd. Als een oude man loop ik over de gangen. Ik kom al mijn afspraken na, maar een goed gesprek valt er niet met mij niet te voeren. Weliswaar doe ik alles wat er van mij word verwacht, maar de verwachtingen zijn niet hooggespannen.
Op zo’n dag ben ik vooral bezig om niet ziek te zijn. Ik werk mijn normale hoeveelheid koffie weg en blijf goed eten, al smaakt het niet. Ik loop gewoon zonder jas naar buiten. En ik blijf vooral alles ontkennen, al hoest ik de hele dag. ‘Nee, een lastige kriebel.’ ‘Wat klink je schor.’ ‘Ach, misschien een kleine verkoudheid.’ ‘Maar je ziet er belabberd uit!’, dringt een collega tactvol aan. ‘Nou, bedankt. Ach, vanavond maar eens vroeg naar bed, dan ben ik morgen weer het heertje.’
Maar mentaal ben ik een wrak. Bij gebrek aan energie om de wereld te veranderen, verlies ik geleidelijk alle hoop. Het kost moeite het lot optimistisch tegemoet te treden. Ik zie alleen maar malaise, ongemak, armoede, oorlog, verloedering, kaalslag, eenzaamheid… en heel veel zwerfvuil. De moed zakt me in de schoenen. Nog zoveel te doen maar vandaag nergens toe in staat. Als ik aan het eind van de dag thuiskom, trek ik me als een zieke kat terug uit de wereld. Een wereld die is zoals ik me voel.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Geplaatst in verbinding | Getagd met , , | Reacties gesloten