Surprise

De surprise bestaat dit jaar uit karton , papier en acrylverf. Terwijl ik aan de keukentafel knip en plak, herinner ik me de knutseluren van vroeger. In het katholieke jeugdtijdschrift Taptoe, stond elke week een knutselopgave. Met wat WC-rolletjes en gekleurd papier kon je de meest uiteenlopende dieren, transportmiddelen en stripfiguren maken.
In die tijd kon ik ook een hele zondag klungelen met een bouwpakket van een vliegtuig, een tank of een auto, tot alle vingers onder de lijm zaten. Meesterstuk was een schip in een fles, maar toen zat ik al op de middelbare school. Daarna is de knutselwoede geluwd. Er was nog even een brommer, maar daar had ik geen aanleg voor, en nadat die was gestolen, kocht ik een glimmende racefiets die elke zaterdag moest worden gepoetst. Sinds mijn zestiende knutsel ik nog maar één keer per jaar.
Het moeilijkste onderdeel van de surprise is het bedenken van een idee dat een goed idee blijft zolang je er aan werkt. Niets erger dan een geniale ingeving, die al na de eerste schermutselingen met onwillig karton en een botte schaar onhaalbaar blijkt. Het mag ook niet gebeuren dat na een halve zondag klungelen een schoenendoos maar geen viool wil worden en een boterkuipje geen vliegtuig.
Zoals bij elke project met een onzekere afloop, moet ik van te voren goed weten hoe ik het ga doen en mag ik mijn eigen competenties niet overschatten. Voor een surprise is zo’n projectplan nog veel belangrijker, omdat ik geen hulp kan vragen. Anders is het geen surprise meer.
Dit soort gedachten gaan door me heen, als ik in de keuken de wankele constructie in de verf zet. Pas als ik, in de schemer, op een afstandje sta en door mijn oogharen kijk dan lijkt het best wel een afwasmachine.
Ik kan het altijd nog uitleggen met een gedicht.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in communicatie en getagd , , . Bookmark de permalink. Reacties en trackbacks zijn beide momenteel gesloten.