Stoomfluit

Op deze stille zondagochtend hoor ik ineens in de verte – het spoor ligt minstens een kilometer van hier – het waarschuwingssignaal van een trein. Een langgerekte volle hoge toon, die, zo valt me nu pas op, lijkt op een ouderwetse stoomfluit. De ontwerper van de trein heeft bedacht dat dat karakteristieke geluid nu eenmaal bij een trein hoort, ook al is het geen stoomlocomotief meer. Het is nostalgisch en vriendelijk bedoeld, alsof de machinist een vrolijke groet brengt als hij passeert.
Degene die de claxon heeft gemaakt, heeft dat getest terwijl de trein stilstaat, want alleen dan (en als je een trein op enige afstand hoort passeren) klinkt het geluid zoals bedoeld. Onder de overkapping van het station valt dat helemaal niet op. Als een intercity met honderd kilometer per uur voorbij raast, dan stuitert het geluid wild tussen staal en glas. De toon stijgt twee octaven als het met volle vaart op je afkomt en daarna daalt het twee octaven als het zich met diezelfde snelheid van je verwijdert. De echte toon hoor je niet. De claxon van een passerende trein is niet een vrolijke groet, maar een paniekerige schreeuw. Het is voor iedereen duidelijk dat je aan de kant moet springen en niet nog even hoeft te zwaaien naar de machinist.
Nu ik op deze stille zondagochtend, nog tamelijk vroeg, in de verte het geluid van de passerende trein hoor, denk ik aan deze paniek. De machinist zal niet claxonneren als daar geen reden voor is. Toch zullen er op dit tijdstip niet zoveel mensen op het perron staan. Misschien dat er in de Oostvaardersplassen een kudde paarden wat te dicht bij de rails loopt. Of jaagt hij een zwerfkat van het spoor? Wat ziet de machinist? Waarom drukt hij op de knop? De schreeuw van de trein gaat door merg en been.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in communicatie en getagd , , . Bookmark de permalink. Reacties en trackbacks zijn beide momenteel gesloten.